P. Baas Expeditie BV
P. Baas Warehousing BV
Algemene Vervoercondities Uitgave: sVa / Stichting Vervoeradres Postbus 82118, 2508 EC ’s-Gravenhage Statenplein 2, 2582 EW ’s-Gravenhage Tel. 070-306 67 00 Telefax 070-351 20 25 E-mail: bva@tmsbv.nl Internet: www.vervoeradres.nl S t i c h t i n g Ve r v o e ra d re s 2002 2 De Algemene Vervoercondities 2002 zijn gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam. In sVa / Stichting Vervoeradres, opgericht in 1946, werken samen: EVO, Ondernemersorganisatie voor logistiek en transport KNV, Koninklijk Nederlands Vervoer NBB, Nederlandsch Binnenvaartbureau Transport en Logistiek Nederland, de ondernemersorganisatie voor het goederenvervoer © 2002, sVa / Stichting Vervoeradres Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en (of) openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. 3 Inhoudsopgave Algemene Vervoercondities 2002 (AVC 2002) Artikel Pag. 1: Definities ............................................................................ 5 2. Elektronische berichten ...................................................... 6 3: Werkingssfeer..................................................................... 7 4: Verplichtingen van de afzender; opzegging van de vervoerovereenkomst...................................................................... 7 5: De vrachtbrief..................................................................... 9 6: Bewijskracht van de vrachtbrief......................................... 10 7: Vrachtbetaling .................................................................... 10 8: Instructies van de afzender ................................................. 12 9: Verplichtingen van de vervoerder ...................................... 12 10: Aansprakelijkheid van de vervoerder................................. 14 11: Bijzondere risico’s.............................................................. 14 12: Vermoeden van aansprakelijkheid bevrijdende omstandigheden................................................................................... 15 13: Schadevergoeding............................................................... 16 14: Opzet en bewuste roekeloosheid........................................ 17 15: Kennisgeving van de schade ............................................. 17 16: Vorderingsrecht .................................................................. 18 17: Rembours............................................................................ 18 18: Voorbehouden van de vervoerder ...................................... 20 19: Verhindering na inontvangstneming .................................. 20 20: Stapelvervoer; doorvervoer ................................................ 21 21: Opslag in geval van niet opkomen van de geadresseerde .. 21 22: Opslag voor, tijdens en na het vervoer ............................... 23 23: Retentierecht....................................................................... 23 24: Pandrecht ............................................................................ 24 25: Verloren zaken.................................................................... 24 26: Vrijwaring; Himalaya-clausule .......................................... 25 27: Vertragingsrente ................................................................. 25 28: Verjaring............................................................................. 25 29: Arbitrage............................................................................. 26 4 Algemene Vervoercondities 2002 (AVC 2002) Artikel 1 Definities In deze condities wordt verstaan onder: 1. Vervoerovereenkomst: de overeenkomst waarbij de vervoerder zich jegens de afzender verbindt tot het vervoer van zaken over de weg. 2. Afzender: de contractuele wederpartij van de vervoerder. Vermelding van een afzender op de vrachtbrief houdt niet zonder meer in dat de aldus genoemde de contractuele wederpartij van de vervoerder is. 3. Geadresseerde: degene die uit hoofde van de vervoerovereenkomst jegens de vervoerder het recht heeft op aflevering van de zaken. 4. De vrachtbrief: het document opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren waarvan een exemplaar (bewijs van ontvangst) bestemd is voor de afzender, een exemplaar (bewijs van aflevering) bestemd is voor de vervoerder en een exemplaar bestemd is voor de geadresseerde. 5. Hulppersonen: ondergeschikten van de vervoerder alsmede personen van wier diensten de vervoerder ter uitvoering van de vervoerovereenkomst gebruik maakt. 6. Overmacht: omstandigheden, voor zover een zorgvuldig vervoerder deze niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een vervoerder de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen. 5 7. Vertragingsschade: vermogensschade ten gevolge van vertraagde aflevering van zaken. 8. Schriftelijk: schriftelijk dan wel langs elektronische weg. 9. BW: Burgerlijk Wetboek. 10. CMR: het verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaalvervoer van goederen over de weg (Genève 1956), zoals aangevuld door het protocol van 1978. 11. Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities: de Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities, laatste versie, gedeponeerd door sVa / Stichting Vervoeradres ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam. 12. Algemene Opslagvoorwaarden: de Algemene Opslagvoorwaarden, laatste versie, gedeponeerd door sVa / Stichting Vervoeradres ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam. Artikel 2 Elektronische berichten 1. Indien gegevens, waaronder die met betrekking tot de vrachtbrief, langs elektronische weg worden uitgewisseld, zullen partijen in geval van onderlinge geschillen de toelaatbaarheid van elektronische berichten als bewijsmiddel niet betwisten. 2. Elektronische berichten hebben dezelfde bewijskracht als geschriften, tenzij deze berichten niet op het tussen partijen overeengekomen formaat en niveau van beveiliging alsmede niet op de overeengekomen wijze zijn verzonden, opgeslagen en geregistreerd. 6 Artikel 3 Werkingssfeer De Algemene Vervoercondities zijn van toepassing op de vervoerovereenkomst van zaken over de weg; indien de CMR van toepassing is, zijn de Algemene Vervoercondities aanvullend van toepassing. Artikel 4 Verplichtingen van de afzender; opzegging van de vervoerovereenkomst 1. De afzender is verplicht: (a) de vervoerder omtrent de zaken alsmede omtrent de behandeling daarvan tijdig al die opgaven te doen, waartoe hij in staat is of behoort te zijn, en waarvan hij weet of behoort te weten, dat zij voor de vervoerder van belang zijn, tenzij hij mag aannemen dat de vervoerder deze gegevens kent; (b) de overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze en vergezeld van de volgens artikel 5 vereiste vrachtbrief en de door de wet van de zijde van de afzender overigens vereiste documenten ter beschikking van de vervoerder te stellen; (c) elk te vervoeren collo duidelijk en doelmatig te adresseren en, indien hem zulks redelijkerwijs mogelijk is, de vereiste gegevens en adressen op of aan de colli of hun verpakking aan te brengen op zodanige wijze, dat zij in normale omstandigheden tot het einde van het vervoer leesbaar zullen blijven. De afzender kan met de vervoerder schriftelijk overeenkomen, dat de adressering van de colli wordt vervangen door een vermelding van cijfers, letters of andere symbolen; (d) het gezamenlijk gewicht van de te vervoeren zaken op de vrachtbrief te vermelden; (e) de overeengekomen zaken in of op het voertuig te laden, te stuwen en te doen lossen, tenzij partijen anders overeenkomen of uit de aard van het voorgenomen vervoer, in aanmerking genomen de te vervoeren zaken en het ter beschikking gestelde voertuig, anders voortvloeit. 7 2. De afzender kan zich niet door een beroep op welke omstandigheid dan ook aan de in lid 1 onder a, b, c en d genoemde verplichtingen onttrekken en de afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die door het niet nakomen van genoemde verplichtingen ontstaat. 3. Onverminderd het in lid 2 bepaalde kan de vervoerder de overeenkomst zonder enige ingebrekestelling opzeggen, wanneer de afzender niet aan zijn in lid 1 onder a en b vermelde verplichtingen voldeed, doch dit slechts nadat hij de afzender schriftelijk een uiterste termijn heeft gesteld en de afzender bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichting heeft voldaan. Indien door het stellen van een dergelijke termijn de exploitatie van zijn bedrijf op onredelijke wijze zou worden verstoord, kan de vervoerder ook zonder het verlenen van genoemde termijn de overeenkomst opzeggen. De afzender kan, indien hij niet aan zijn in lid 1 onder b vermelde verplichting voldeed, eveneens de overeenkomst opzeggen. Opzegging geschiedt door een schriftelijke kennisgeving en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan. Na opzegging is de afzender 75% van de overeengekomen vracht aan de vervoerder verschuldigd zonder tot verdere schadevergoeding te zijn gehouden. Indien geen vracht is overeengekomen, geldt als zodanig de vracht volgens recht, respectievelijk gebruik, respectievelijk billijkheid. 4. Eveneens kan de vervoerder de overeenkomst opzeggen, wanneer de belading en/of de stuwing gebrekkig is of wanneer er overbelading is, maar niet nadat de afzender in de gelegenheid is gesteld het gebrek of de overbelading ongedaan te maken. Indien de afzender weigert de gebrekkigheid van de belading en/of de stuwing of overbelading ongedaan te maken kan de vervoerder de overeenkomst opzeggen dan wel zelf de gebrekkigheid en/of de overbelading ongedaan maken; in beide gevallen is de afzender verplicht de vervoerder een bedrag van € 500 te betalen, tenzij de vervoerder bewijst dat de daardoor geleden schade dit bedrag te boven gaat; lid 3 is niet van toepassing. 8 5. De afzender moet aan de vervoerder de aan deze terzake van overbelading opgelegde boete vergoeden, tenzij de vervoerder tekort geschoten is in zijn ingevolge artikel 9 leden 1 en 5 op hem rustende verplichtingen of de vervoerder de vervoerovereenkomst niet heeft opgezegd op grond van het vorige lid, onverminderd diens beroep op kwade trouw van de afzender. 6. Onverminderd de overige leden van dit artikel, moet de afzender aan de vervoerder de door deze geleden schade vergoeden voor zover deze het gevolg is van de omstandigheid, dat het vervoer van de zaken van hogerhand geheel of ten dele verboden of beperkt is of zal worden; deze aansprakelijkheid bestaat echter niet, indien de afzender bewijst dat dit verbod of deze beperking aan de vervoerder bekend was of redelijkerwijs kon zijn bij het aangaan van de vervoerovereenkomst. Artikel 5 De vrachtbrief 1. De afzender is verplicht bij de ter beschikkingstelling van zaken aan de vervoerder een vrachtbrief te overhandigen waarin vermeld staat dat deze Algemene Vervoercondities op de gesloten vervoerovereenkomst van toepassing zijn. 2. De afzender is verplicht de vrachtbrief volgens de daarop voorkomende aanwijzingen volledig en naar waarheid in te vullen en hij staat op het ogenblik van de ter beschikkingstelling van de zaken in voor de juistheid en volledigheid van de door hem verstrekte gegevens. 3. De vervoerder is verplicht zich als vervoerder op de hem door de afzender aangeboden vrachtbrief duidelijk kenbaar te maken en dit te ondertekenen en aan de afzender af te geven. Indien de vervoerder dit verlangt is de afzender verplicht de vrachtbrief te ondertekenen. De ondertekening kan worden gedrukt of door een stempel dan wel enig ander kenmerk van oorsprong worden vervangen. 9 4. De vrachtbrief kan ook in de vorm van electronische berichten worden opgemaakt overeenkomstig het tussen partijen overeengekomen formaat en niveau van beveiliging alsmede overeenkomstig de tussen partijen overeengekomen wijze van verzenden, opslaan en registreren. Artikel 6 Bewijskracht van de vrachtbrief 1. De vervoerder is verplicht bij de inontvangstneming van de zaken de juistheid van de vermelding van het aantal zaken op de vrachtbrief alsmede de uiterlijk goede staat van de zaken en hun verpakking te controleren en in geval van afwijking daarvan aantekening te maken op de vrachtbrief. Deze verplichting bestaat niet wanneer naar het oordeel van de vervoerder het vervoer daardoor aanmerkelijk zou worden vertraagd. 2. De vrachtbrief levert bewijs, behoudens tegenbewijs, van de voorwaarden der vervoerovereenkomst en de partijen bij de vervoerovereenkomst, van de inontvangstneming van de zaken en hun verpakking in uiterlijk goede staat, van het gewicht en van het aantal zaken. Indien de vervoerder geen redelijke middelen ter beschikking staan om de juistheid van vermeldingen bedoeld in het eerste lid te controleren, levert de vrachtbrief geen bewijs van die vermeldingen. Artikel 7 Vrachtbetaling 1. De afzender is verplicht op het ogenblik dat hij de vrachtbrief overhandigt, dan wel op het ogenblik dat de zaken door de vervoerder in ontvangst zijn genomen, de vracht en verdere op de zaken drukkende kosten te voldoen. 10 2. Indien ongefrankeerde zending is overeengekomen, is de geadresseerde bij de aflevering van de zaken door de vervoerder verplicht de vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de zaken drukkende kosten te voldoen; indien hij deze op eerste aanmaning niet voldeed, is de afzender hoofdelijk met hem tot betaling verplicht. Indien de afzender bij ongefrankeerde verzending op de vrachtbrief heeft vermeld, dat zonder betaling van de vracht, van het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde of van verdere op de zaken drukkende kosten niet mag worden afgeleverd, moet de vervoerder, indien geen betaling plaatsvindt, de afzender nadere instructies vragen die hij moet opvolgen, voor zover hem dit redelijkerwijs mogelijk is, tegen vergoeding van kosten, schade en eventueel betaling van een redelijke beloning, tenzij deze kosten door zijn schuld zijn ontstaan. 3. De vervoerder is gerechtigd om alle noodzakelijk gemaakte buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten ter incasso van de vracht en andere bedragen, zoals genoemd in leden 1 en 2, aan degene die gehouden is tot betaling van de vracht en andere kosten, in rekening te brengen. De buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd vanaf het moment dat de debiteur in verzuim is en de vordering ter incasso uit handen is gegeven. 4. De vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de zaken rustende kosten zijn ook verschuldigd indien de zaken niet, slechts ten dele, beschadigd of met vertraging ter bestemming worden afgeleverd. 5. Beroep op verrekening van vorderingen tot betaling van vracht, van het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde of van verdere op de zaken drukkende kosten met vorderingen uit anderen hoofde is niet toegestaan. 6. Indien de afzender niet aan zijn in het onderhavige artikel genoemde verplichtingen heeft voldaan, is de vervoerder bevoegd het vertrek van het vervoermiddel op te schorten en alsdan wordt de hierdoor 11 voor hem ontstane schade als op de zaken drukkende kosten aangemerkt. Artikel 8 Instructies van de afzender 1. De afzender is bevoegd de plaats van terbeschikkingstelling van de zaken te wijzigen, zichzelf of een ander als geadresseerde aan te wijzen, een gegeven aanduiding van de geadresseerde te wijzigen dan wel orders omtrent de aflevering te geven of de plaats van aflevering te wijzigen, mits deze instructies de normale bedrijfsvoering van de vervoerder niet beletten. Instructies betreffende niet-aflevering die de persoon die deze moet uitvoeren, tijdig bereiken, moeten echter steeds worden uitgevoerd. 2. Instructies kunnen worden gegeven ook nadat de vervoerder de zaken in ontvangst heeft genomen. 3. De afzender is verplicht de vervoerder de door het opvolgen van de instructies veroorzaakte schade en gemaakte kosten te vergoeden. Wanneer het voertuig ten gevolge van de gegeven instructies naar een niet eerder overeengekomen plaats is gereden, is de afzender verplicht, behalve vergoeding van geleden schade en gemaakte kosten, ook terzake een redelijke vergoeding te voldoen. 4. Het recht tot het geven van instructies vervalt naarmate de geadresseerde op de losplaats de zaken aanneemt of de geadresseerde van de vervoerder schadevergoeding verlangt omdat deze de zaken niet aflevert. Artikel 9 Verplichtingen van de vervoerder 1. De vervoerder is verplicht de overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze in ontvangst te nemen alsmede het 12 laadvermogen van het voertuig aan de afzender mee te delen, tenzij aannemelijk is dat de afzender daarvan op de hoogte is. 2. De vervoerder is verplicht ten vervoer ontvangen zaken ter bestemming af te leveren in de staat waarin hij deze heeft ontvangen. 3. De vervoerder is verplicht de ten vervoer ontvangen zaken binnen een redelijke termijn ter bestemming af te leveren; indien een termijn van aflevering schriftelijk is overeengekomen dient binnen deze termijn afgeleverd te worden. 4. Indien de vervoerder aan de verplichting genoemd in lid 1 niet voldoet, kunnen beide partijen de overeenkomst met betrekking tot de zaken die de vervoerder niet in ontvangst heeft genomen, opzeggen. De afzender kan dit echter slechts doen nadat hij de vervoerder schriftelijk een uiterste termijn heeft gesteld en de vervoerder bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichting heeft voldaan. De opzegging geschiedt door een schriftelijke mededeling aan de wederpartij en de overeenkomst eindigt op het ogenblik, waarop deze mededeling wordt ontvangen. Na opzegging is de vervoerder verplicht aan de afzender de schade te vergoeden die deze door de opzegging heeft geleden. Deze schadevergoeding beloopt echter niet meer dan tweemaal de vracht en de afzender is geen vracht verschuldigd. 5. De vervoerder is verplicht de door of namens de afzender verrichte belading, stuwing en eventuele overbelading te controleren indien en voorzover de omstandigheden zulks toelaten. Indien hij van oordeel is dat de belading of stuwing gebrekkig is, is hij verplicht, onverminderd het in artikel 4 lid 4 bepaalde, dit op de vrachtbrief aan te tekenen. Indien hij niet in staat of in de gelegenheid is aan zijn controleplicht te voldoen, kan hij daarvan aantekening maken op de vrachtbrief. 6. Indien aflevering aan huis is overeengekomen, moet de vervoerder de zaken bezorgen aan de deur van het adres, dat op de vrachtbrief is vermeld of aan de deur van een adres, dat hem in plaats daarvan - 13 met inachtneming van artikel 8 - tijdig door de afzender is opgegeven. Wanneer het adres niet via een verharde rijweg of anderszins redelijkerwijs bereikbaar is, moet afgeleverd worden op een plaats, die zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijk opgegeven adres ligt. Artikel 10 Aansprakelijkheid van de vervoerder 1. De vervoerder is, behoudens overmacht, aansprakelijk voor schade aan of verlies van de zaken en voor vertragingsschade voor zover de vervoerder de in artikel 9 leden 2 en 3 genoemde verplichtingen niet is nagekomen. 2. De vervoerder is voor de gedragingen van zijn hulppersonen op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk. 3. De vervoerder kan niet om zich van zijn aansprakelijkheid te ontheffen beroep doen op de gebrekkigheid van het voertuig of van het materiaal waarvan hij zich bedient, tenzij dit laatste door de afzender, de geadresseerde of de ontvanger te zijner beschikking is gesteld. Onder materiaal wordt niet begrepen een schip of spoorwagon, waarop het voertuig zich bevindt. Artikel 11 Bijzondere risico’s Onverminderd artikel 10 is de vervoerder, die de op hem uit hoofde van de artikel 9 leden 2 en 3 rustende verplichtingen niet nakwam, desalniettemin voor de daardoor ontstane schade niet aansprakelijk, voor zover dit niet nakomen het gevolg is van de bijzondere risico’s verbonden aan een of meer van de volgende omstandigheden: (a) het vervoer van de zaken in een onoverdekt voertuig, wanneer dit uitdrukkelijk is overeengekomen en op de vrachtbrief is vermeld; 14 (b) ontbreken of gebrekkigheid van de verpakking van de zaken die gelet op hun aard of de wijze van vervoer voldoende verpakt hadden moeten zijn; (c) behandeling, lading, stuwing of lossing van de zaken door de afzender, de geadresseerde of personen, die voor rekening van de afzender of de geadresseerde handelen; (d) de aard van bepaalde zaken zelf, die door met deze aard zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld aan geheel of gedeeltelijk verlies of aan beschadiging, in het bijzonder door ontvlamming, ontploffing, smelting, breuk, corrosie, bederf, uitdroging, lekkage, normaal kwaliteitsverlies of optreden van ongedierte of knaagdieren; (e) hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, doch slechts indien niet is overeengekomen dat het vervoer zal plaatsvinden met een voertuig speciaal ingericht om de zaken aan invloed daarvan te onttrekken; (f) onvolledigheid of gebrekkigheid van de adressering, cijfers, letters of merken der colli; (g) het feit dat het vervoer een levend dier betreft. Artikel 12 Vermoeden van aansprakelijkheid bevrijdende omstandigheden 1. Wanneer de vervoerder bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 9 leden 2 en 3 rustende verplichtingen een gevolg heeft kunnen zijn van een of meer der in artikel 11 genoemde bijzondere risico’s, wordt vermoed, dat het niet nakomen daaruit voortvloeit. Degene, die jegens de vervoerder recht heeft op de zaken, kan evenwel bewijzen, dat dit niet nakomen geheel of gedeeltelijk niet door een van deze risico’s is veroorzaakt. 2. Het hierboven genoemde vermoeden bestaat niet in het in artikel 11 onder a genoemde geval, indien zich een ongewoon groot tekort voordoet dan wel een ongewoon groot verlies van colli. 3. Indien in overeenstemming met het door partijen overeengekomene 15 het vervoer plaatsvindt door middel van een voertuig, speciaal ingericht om de zaken te onttrekken aan de invloed van hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, kan de vervoerder ter ontheffing van zijn aansprakelijkheid ten gevolge van deze invloed slechts een beroep doen op artikel 11 onder d, indien hij bewijst, dat alle maatregelen waartoe hij, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen met betrekking tot de keuze, het onderhoud en het gebruik van deze inrichtingen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies bedoeld in het vijfde lid. 4. De vervoerder kan slechts beroep doen op artikel 11 onder g, indien hij bewijst dat alle maatregelen, waartoe hij normaliter, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies bedoeld in het vijfde lid. 5. De bijzondere instructies, bedoeld in het derde en het vierde lid van dit artikel, moeten aan de vervoerder vóór de aanvang van het vervoer zijn gegeven, hij moet deze uitdrukkelijk hebben aanvaard en zij moeten, indien voor dit vervoer een vrachtbrief is afgegeven, daarop zijn vermeld. De enkele vermelding op de vrachtbrief levert te dezer zake geen bewijs op. Artikel 13 Schadevergoeding 1. De schadevergoeding die de vervoerder wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 9 lid 2 rustende verplichting is verschuldigd, is beperkt tot een bedrag van € 3,40 per kilogram; voor andere schade dan schade ten gevolge van verlies van of schade aan de zaken, zoals gevolgschade, bedrijfsstilstand of immateriële schade, is de vervoerder uit hoofde van de vervoerovereenkomst niet aansprakelijk. 2. Het aantal kilogrammen waarvan ter berekening van het in lid 1 ge- 16 noemde bedrag wordt uitgegaan, is het op de vrachtbrief vermelde gewicht van de beschadigde of niet afgeleverde zaak. 3. Indien de vervoerder aansprakelijk is doordat hij niet afleverde binnen de redelijke termijn als genoemd in artikel 9 lid 3, is de vertragingsschade beperkt tot eenmaal de vracht; indien de termijn, genoemd in artikel 9 lid 3, schriftelijk is overeengekomen, is de vertragingsschade beperkt tot tweemaal de vracht. 4. Expertisekosten, beredderingskosten en andere kosten die zijn gemaakt om de waarde van de beschadigde of verloren gegane dan wel met vertraging afgeleverde zaken vast te stellen en te realiseren, worden aangemerkt als een waardevermindering van die zaak. 5. Indien de vervoerder aansprakelijk is omdat hij een verplichting die op hem rust uit hoofde van de artikelen 8:1115 lid 2 en 8:1118 lid 3 BW dan wel van de artikelen 6 lid 1, 19 lid 4, 21 of 25 van deze condities, niet nakwam, zal een door hem terzake verschuldigde schadevergoeding niet meer bedragen dan wat hij in geval van totaal verlies der betrokken zaken verschuldigd zou kunnen zijn. Artikel 14 Opzet en bewuste roekeloosheid Een handeling of een nalaten van wie ook, behalve van de vervoerder zelf, geschied hetzij met het opzet de schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, ontneemt de vervoerder niet het recht zich op enige uitsluiting of beperking van zijn aansprakelijkheid te beroepen. Artikel 15 Kennisgeving van de schade 1. Indien de zaken met uiterlijk zichtbare schade of verlies door de vervoerder worden afgeleverd zonder dat de geadresseerde bij of dade 17 lijk na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, wordt de vervoerder geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij deze heeft ontvangen. 2. Indien de schade of het verlies niet uiterlijk waarneembaar is en de geadresseerde niet binnen één week na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, wordt de vervoerder eveneens geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij deze heeft ontvangen. 3. Indien de zaken niet binnen een redelijke of overeengekomen termijn worden afgeleverd zonder dat de geadresseerde binnen één week na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin is aangegeven dat de zaken niet binnen die termijn zijn afgeleverd, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, wordt de vervoerder geacht de zaken binnen die termijn te hebben afgeleverd. Artikel 16 Vorderingsrecht Zowel de afzender als de geadresseerde heeft jegens de vervoerder het recht aflevering van zaken overeenkomstig de op de vervoerder rustende verplichtingen te vorderen. Artikel 17 Rembours 1. Partijen kunnen overeenkomen, dat de zaken met een rembours zullen worden belast, dat echter niet hoger zal zijn dan de factuurwaarde der zaken. In dat geval mag de vervoerder de zaken slechts afleveren tegen voorafgaande betaling van het rembours in contant geld, tenzij de afzender de vervoerder heeft gemachtigd een andere wijze van betaling te accepteren. 18 2. Indien na kennisgeving van aankomst blijkt dat de geadresseerde het rembours niet overeenkomstig de door de afzender aan de vervoerder voorgeschreven betalingswijze voldoet, moet de vervoerder aan de afzender nadere instructies vragen. De kosten die samenhangen met het verzoek om instructies zijn voor rekening van de afzender. De vervoerder moet de hem gegeven instructies opvolgen, voorzover hem dit redelijkerwijze mogelijk is, tegen vergoeding van kosten en eventueel betaling van een redelijke beloning, tenzij deze kosten door zijn schuld zijn ontstaan. Indien de afzender instructies geeft, die inhouden, dat er in afwijking van eerder gegeven betalingsinstructies door de vervoerder moet worden afgeleverd, moeten deze schriftelijk aan de vervoerder worden gegeven. Bij gebreke van instructies is het bepaalde in artikel 21 overeenkomstig van toepassing. 3. De vervoerder is verplicht, nadat een zending onder rembours is afgeleverd en de gelden aan hem zijn afgedragen, de desbetreffende remboursgelden onverwijld doch in ieder geval binnen twee weken aan de afzender af te dragen dan wel op diens bank- of girorekening over te doen schrijven. 4. De in lid 3 genoemde termijn van twee weken vangt aan op de dag, waarop de zaken zijn afgeleverd. 5. De geadresseerde, die ten tijde van de aflevering weet dat een bedrag als rembours op de zaken drukt, is verplicht aan de vervoerder het door deze aan de afzender verschuldigde bedrag te voldoen. 6. Indien de zaken zonder voorafgaande inning van het rembours zijn afgeleverd, is de vervoerder verplicht aan de afzender de schade ten hoogste tot het bedrag van het rembours te vergoeden, tenzij hij bewijst dat er geen schuld van hem of van zijn ondergeschikten aanwezig was. Deze verplichting laat zijn recht op verhaal tegen de geadresseerde onverlet. 7. Verschuldigde remboursprovisie komt ten laste van de afzender. 19 8. Alle vorderingen tegen de vervoerder uit hoofde van een remboursbeding verjaren door verloop van een jaar, te rekenen met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop de zaken werden afgeleverd of hadden moeten zijn afgeleverd. Artikel 18 Voorbehouden van de vervoerder De vervoerder behoudt onder de toepassing van deze condities zich het recht voor: (a) de zaken in of door middel van die vervoermiddelen te vervoeren, welke hem dienstig zullen voorkomen en de zaken zonodig te bewaren in zodanige vervoermiddelen, bergruimten of opslagplaatsen, als hij zal goedvinden, onverschillig of deze vervoermiddelen, bergruimten
Verdrag betreffende de overeenkomst tot Internationaal vervoer van goederen over de weg CMR Uitgave: sVa / Stichting Vervoeradres Postbus 82118, 2508 EC ’s-Gravenhage Statenplein 2, 2582 EW ’s-Gravenhage Telefoon 070-306 67 00 Telefax 070-351 20 25 e-mail: bva@tmsbv.nl Internet: www.vervoeradres.nl S t i c h t i n g Ve r v o e ra d re s INHOUDSOPGAVE CMR pag. Hoodstuk I Toepasselijkheid, art. 1 en 2 ........................................... 3 Hoofdstuk II Personen voor wie de vervoerder aansprakelijk is, art. 3 ...................................................... 5 Hoofdstuk III Sluiting en uitvoering van de vervoerovereenkomst, art. 4-16 ................................... 5 Hoofdstuk IV Aansprakelijkheid van de vervoerder, art. 17-29 ... 13 Hoofdstuk V Vorderingen in en buiten rechte, waaronder arbitrage, art. 30-33 ................................... 21 Hoofdstuk VI Bepalingen nopens vervoer verricht door opvolgende vervoerders, art. 34-40 ........................... 24 Hoofdstuk VII Nietigheid van bedingen in strijd met het Verdrag, art. 41 ........................................................... 27 Hoofdstuk VIII Slotbepalingen, art. 42-51 .............................................. 27 2 VERDRAG BETREFFENDE DE OVEREENKOMST TOT INTERNATIONAAL VERVOER VAN GOEDEREN OVER DE WEG (CMR) PREAMBULE De Verdragsluitende Partijen, Erkend hebbende het nut om de voorwaarden van de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, in het bijzonder voor wat betreft de voor dit vervoer te gebruiken documenten en de aansprakelijkheid van de vervoerder, op eenvormige wijze te regelen, Zijn overeengekomen als volgt: HOOFDSTUK I Toepasselijkheid Artikel 1 1. Dit Verdrag is van toepassing op iedere overeenkomst onder bezwarende titel voor het vervoer van goederen over de weg door middel van voertuigen, wanneer de plaats van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering, zoals deze zijn aangegeven in de overeenkomst, gelegen zijn in twee verschillende landen, waarvan tenminste één een bij het Verdrag partij zijnd land is, ongeacht de woonplaats en de nationaliteit van partijen. 2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „voertuigen” verstaan: de motorrijtuigen, gelede voertuigen, aanhangwagens en opleggers, zoals deze zijn omschreven in artikel 4 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 19 september 1949. 3. Dit Verdrag is eveneens van toepassing, indien het vervoer, dat binnen zijn werkingssfeer valt, wordt bewerkstelligd door Staten of door Regeringsinstellingen of -organisaties. 4. Dit Verdrag is niet van toepassing: 3 a) op vervoer, bewerkstelligd overeenkomstig internationale postovereenkomsten, b) op vervoer van lijken, c) op verhuizingen. 5. De Verdragsluitende Partijen komen overeen, dat dit Verdrag niet door bijzondere overeenkomsten, gesloten tussen twee of meer van haar, zal worden gewijzigd, tenzij om aan de werking daarvan haar grensverkeer te onttrekken of om voor vervoer, dat uitsluitend over haar grondgebied plaats heeft, het gebruik van een der goederen vertegenwoordigende vrachtbrief toe te staan. Artikel 2 1. Wanneer het voertuig, waarin de goederen zich bevinden, over een gedeelte van het traject wordt vervoerd over zee, per spoor, over de binnenwateren of door de lucht, zonder dat de goederen – behoudens ter toepassing van de bepalingen van artikel 14 – uit dat voertuig worden uitgeladen, blijft dit Verdrag niettemin van toepassing op het gehele vervoer. Voorzover evenwel wordt bewezen dat verlies, beschadiging of vertraging in de aflevering van de goederen, ontstaan tijdens het vervoer op andere wijze dan over de weg, niet is veroorzaakt door een daad of nalatigheid van de wegvervoerder en voortspruit uit een feit, dat zich alleen heeft kunnen voordoen tijdens en tengevolge van het vervoer anders dan over de weg, wordt de aansprakelijkheid van de wegvervoerder niet bepaald door dit Verdrag, maar op de wijze waarop de aansprakelijkheid van de niet-wegvervoerder zou zijn bepaald, zo een vervoerovereenkomst tussen de afzender en de niet-wegvervoerder tot vervoer van de goederen alleen zou zijn afgesloten overeenkomstig de wettelijke bepalingen van dwingend recht betreffende het vervoer van goederen op die andere wijze. Bij gebreke van dergelijke bepalingen wordt de aansprakelijkheid van de wegvervoerder echter bepaald door dit Verdrag. 2. Indien de wegvervoerder zelf het gedeelte van het vervoer dat niet over de weg plaatsvindt bewerkstelligt, wordt zijn aansprakelijkheid eveneens bepaald volgens het eerste lid, als werden zijn hoedanigheden van wegvervoerder en niet-wegvervoerder uitgeoefend door twee verschillende personen. 4 HOOFDSTUK II Personen voor wie de vervoerder aansprakelijk is Artikel 3 Voor de toepassing van dit Verdrag is de vervoerder, als ware het voor zijn eigen daden en nalatigheden, aansprakelijk voor de daden en nalatigheden van zijn ondergeschikten en van alle andere personen, van wie hij zich voor de bewerkstelliging van het vervoer bedient, wanneer deze ondergeschikten of deze personen handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden. HOOFDSTUK III Sluiting en uitvoering van de vervoerovereenkomst Artikel 4 De vervoerovereenkomst wordt vastgelegd in een vrachtbrief. De afwezigheid, de onregelmatigheid of het verlies van de vrachtbrief tast noch het bestaan noch de geldigheid aan van de vervoerovereenkomst, die onderworpen blijft aan de bepalingen van dit Verdrag. Artikel 5 1. De vrachtbrief wordt opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren, ondertekend door de afzender en de vervoerder. Deze ondertekening kan worden gedrukt of vervangen door de stempels van de afzender en de vervoerder, indien de wetgeving van het land, waar de vrachtbrief wordt opgemaakt, zulks toelaat. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan de afzender, het tweede begeleidt de goederen en het derde wordt door de vervoerder behouden. 2. Wanneer de te vervoeren goederen moeten worden geladen in verschillende voertuigen of wanneer het verschillende soorten goederen of afzonderlijke partijen betreft, heeft de afzender of de ver- 5 voerder het recht om te eisen, dat er evenzoveel vrachtbrieven worden opgemaakt als er voertuigen moeten worden gebruikt of als er soorten of partijen goederen zijn. Artikel 6 1. De vrachtbrief moet de volgende aanduidingen bevatten: a) de plaats en de datum van het opmaken daarvan; b) de naam en het adres van de afzender; c) de naam en het adres van de vervoerder; d) de plaats en de datum van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering der goederen; e) de naam en het adres van de geadresseerde; f) de gebruikelijke aanduiding van de aard der goederen en de wijze van verpakking en, voor gevaarlijke goederen, hun algemeen erkende benaming; g) het aantal colli, hun bijzondere merken en hun nummers; h) het bruto-gewicht of de op andere wijze aangegeven hoeveelheid van de goederen; i) de op het vervoer betrekking hebbende kosten (vrachtprijs, bijkomende kosten, douanerechten en andere vanaf de sluiting van de overeenkomst tot aan de aflevering opkomende kosten); j) de voor het vervullen van douane- en andere formaliteiten nodige instructies; k) de aanduiding, dat het vervoer, ongeacht enig tegenstrijdig beding, is onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag. 2. Als het geval zich voordoet, moet de vrachtbrief nog de volgende aanduidingen bevatten: a) het verbod van overlading; b) de kosten, welke de afzender voor zijn rekening neemt; c) het bedrag van het bij de aflevering van de goederen te innen remboursement; d) de gedeclareerde waarde der goederen en het bedrag van het bijzonder belang bij de aflevering; e) de instructies van de afzender aan de vervoerder voor wat betreft de verzekering der goederen; f) de overeengekomen termijn, binnen welke het vervoer moet zijn volbracht; 6 g) de lijst van bescheiden, welke aan de vervoerder zijn overhandigd. 3. De partijen kunnen in de vrachtbrief iedere andere aanduiding, welke zij nuttig achten, opnemen. Artikel 7 1. De afzender is aansprakelijk voor alle kosten en schaden, welke door de vervoerder worden geleden tengevolge van de onnauwkeurigheid of de onvolledigheid: a) van de aanduidingen, aangegeven in artikel 6, eerste lid onder b), d), e), f), g), h) en j), b) van de aanduidingen, aangegeven in artikel 6, tweede lid, c) van alle andere aanduidingen of instructies, welke hij verstrekt voor het opmaken van de vrachtbrief of om daarin te worden opgenomen. 2. Indien de vervoerder op verzoek van de afzender de vermeldingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de vrachtbrief opneemt, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht voor rekening van de afzender te handelen. 3. Indien de vrachtbrief niet de vermelding, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder k), bevat, is de vervoerder aansprakelijk voor alle kosten en schaden, welke de rechthebbende op de goederen door deze nalatigheid lijdt. Artikel 8 1. Bij de inontvangstneming der goederen is de vervoerder gehouden te onderzoeken: a) de juistheid van de vermeldingen in de vrachtbrief met betrekking tot het aantal colli en hun merken en nummers, b) de uiterlijke staat van de goederen en hun verpakking. 2. Indien de vervoerder geen redelijke middelen ter beschikking staan om de juistheid van de vermeldingen, bedoeld in het eerste lid onder a) van dit artikel, te onderzoeken, tekent hij in de vrachtbrief met 7 redenen omkleed aan, welke voorbehouden hij maakt. Eveneens geeft hij de redenen aan voor alle voorbehouden, welke hij maakt ten aanzien van de uiterlijke staat van de goederen en van hun verpakking. Deze voorbehouden verbinden de afzender niet, indien zij niet uitdrukkelijk in de vrachtbrief door hem zijn aanvaard. 3. De afzender heeft het recht te eisen, dat de vervoerder het brutogewicht of de op andere wijze uitgedrukte hoeveelheid der goederen onderzoekt. Hij kan tevens een onderzoek van de inhoud der colli eisen. De vervoerder kan de kosten van het onderzoek in rekening brengen. Het resultaat van de onderzoekingen wordt in de vrachtbrief neergelegd. Artikel 9 1. De vrachtbrief levert volledig bewijs, behoudens tegenbewijs, van de voorwaarden der overeenkomst en van de ontvangst van de goederen door de vervoerder. 2. Bij gebreke van vermelding in de vrachtbrief van gemotiveerde voorbehouden van de vervoerder wordt vermoed, dat de goederen en hun verpakking in uiterlijk goede staat waren op het ogenblik van de inontvangstneming door de vervoerder en dat het aantal colli en hun merken en nummers in overeenstemming waren met de opgaven in de vrachtbrief. Artikel 10 De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor de schade aan personen, materiaal of aan andere goederen en de kosten, welke voortspruiten uit de gebrekkige verpakking van de goederen, tenzij de gebrekkigheid zichtbaar of aan de vervoerder bekend was op het ogenblik van de inontvangstneming en de vervoerder te dien aanzien geen voorbehouden heeft gemaakt. 8 Artikel 11 1. Ter voldoening aan douane- en andere formaliteiten, welke vóór de aflevering van de goederen moeten worden vervuld, moet de afzender de nodige bescheiden bij de vrachtbrief voegen of ter beschikking van de vervoerder stellen en hem alle gewenste inlichtingen verschaffen. 2. De vervoerder is niet gehouden de nauwkeurigheid en de volledigheid van deze bescheiden en inlichtingen te onderzoeken. De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor alle schaden, die kunnen voortspruiten uit de afwezigheid, onvolledigheid of onregelmatigheid van deze bescheiden en inlichtingen, behoudens in geval van schuld van de vervoerder. 3. De vervoerder is op dezelfde voet als een commissionair aansprakelijk voor de gevolgen van verlies of onjuiste behandeling van de bescheiden, die in de vrachtbrief zijn vermeld en deze begeleiden of in zijn handen zijn gesteld. De door hem verschuldigde schadevergoeding mag evenwel die, verschuldigd in geval van verlies van de goederen, niet overschrijden. Artikel 12 1. De afzender heeft het recht over de goederen te beschikken, in het bijzonder door van de vervoerder te vorderen dat hij het vervoer ophoudt, de plaats bestemd voor de aflevering der goederen wijzigt of de goederen aflevert aan een andere geadresseerde dan in de vrachtbrief is aangegeven. 2. Dit recht vervalt, wanneer het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan de geadresseerde is overhandigd of wanneer deze gebruik maakt van het recht bedoeld in artikel 13, eerste lid; vanaf dat ogenblik moet de vervoerder zich houden aan de opdrachten van de geadresseerde. 3. Het beschikkingsrecht komt evenwel reeds vanaf het opmaken van de vrachtbrief aan de geadresseerde toe, wanneer een vermelding in die zin door de afzender op de vrachtbrief is gesteld. 9 4. Indien de geadresseerde bij de uitoefening van zijn beschikkingsrecht bepaalt, dat de goederen aan een andere persoon moeten worden afgeleverd, kan deze persoon geen andere geadresseerde aanwijzen. 5. De uitoefening van het beschikkingsrecht is onderworpen aan de volgende voorwaarden: a) de afzender of, in het geval bedoeld in het derde lid van dit artikel, de geadresseerde, die dit recht wenst uit te oefenen, moet het eerste exemplaar van de vrachtbrief, waarop de aan de vervoerder gegeven nieuwe instructies moeten zijn aangetekend, overleggen en de vervoerder schadeloos stellen voor kosten en schade die de uitvoering van deze instructies meebrengt; b) de uitvoering van deze instructies moet mogelijk zijn op het ogenblik, dat de instructies de persoon, die deze moet uitvoeren, bereiken en zij mag noch de normale bedrijfsvoering van de vervoerder beletten noch schade toebrengen aan afzenders of geadresseerden van andere zendingen; c) de instructies mogen nimmer het verdelen van de zending tot gevolg hebben. 6. Wanneer de vervoerder tengevolge van de bepalingen van het vijfde lid onder b. van dit artikel de instructies, die hij ontvangt, niet kan uitvoeren, moet hij onmiddellijk de persoon, van wie deze instructies afkomstig zijn, daarvan in kennis stellen. 7. De vervoerder, die de volgens de voorwaarden van dit artikel gegeven instructies niet heeft uitgevoerd of die dergelijke instructies heeft opgevolgd zonder overlegging van het eerste exemplaar van de vrachtbrief te hebben geëist, is tegenover de rechthebbende aansprakelijk voor de hierdoor veroorzaakte schade. Artikel 13 1. Na aankomst van de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, heeft de geadresseerde het recht van de vervoerder te vorderen dat het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan hem wordt overhandigd en de goederen aan hem worden afgeleverd, één en ander tegen ontvangstbewijs. Wanneer verlies van de goederen is vastgesteld of de goederen aan het einde van de termijn, bedoeld in artikel 19, niet zijn aangekomen, is de geadresseerde gerechtigd om 10 op eigen naam tegenover de vervoerder gebruik te maken van de rechten, die uit de vervoerovereenkomst voortspruiten. 2. De geadresseerde, die gebruik maakt van de rechten, die hem ingevolge het eerste lid van dit artikel zijn toegekend, is gehouden de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen te betalen. In geval van geschil terzake is de vervoerder niet verplicht om de goederen af te leveren dan tegen zekerheidstelling door de geadresseerde. Artikel 14 1. Indien, om welke reden ook, de uitvoering van de overeenkomst op de voorwaarden van de vrachtbrief onmogelijk is of wordt voordat de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, zijn aangekomen, is de vervoerder gehouden instructies te vragen aan de persoon, die het recht heeft overeenkomstig artikel 12 over de goederen te beschikken. 2. Indien evenwel de omstandigheden de uitvoering van het vervoer toelaten op andere voorwaarden dan die van de vrachtbrief en indien de vervoerder niet tijdig instructies heeft kunnen verkrijgen van de persoon, die het recht heeft overeenkomstig artikel 12 over de goederen te beschikken, neemt hij de maatregelen, welke hem het beste voorkomen in het belang van de persoon, die het recht heeft over de goederen te beschikken. Artikel 15 1. Wanneer na aankomst van de goederen op de plaats van bestemming zich omstandigheden voordoen die de aflevering beletten, vraagt de vervoerder instructies aan de afzender. Indien de geadresseerde de goederen weigert, heeft de afzender het recht om daarover te beschikken zonder verplicht te zijn het eerste exemplaar van de vrachtbrief te tonen. 2. De geadresseerde kan, zelfs indien hij de goederen heeft geweigerd, te allen tijde de aflevering daarvan vragen, zolang de vervoerder geen andersluidende instructies van de afzender heeft ontvangen. 11 3. Indien een omstandigheid, die de aflevering belet, zich voordoet, nadat de geadresseerde overeenkomstig zijn recht ingevolge artikel 12, derde lid, opdracht heeft gegeven om de goederen aan een andere persoon af te leveren, treedt voor de toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel de geadresseerde in de plaats van de afzender en die andere persoon in de plaats van de geadresseerde. Artikel 16 1. De vervoerder heeft recht op vergoeding van de kosten, welke zijn verzoek om instructies of de uitvoering van ontvangen instructies voor hem meebrengt, mits deze kosten niet door zijn schuld zijn ontstaan. 2. In de gevallen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en in artikel 15, kan de vervoerder de goederen onmiddellijk voor rekening van de rechthebbende lossen; na deze lossing wordt het vervoer geacht te zijn geëindigd. De vervoerder neemt dan de bewaring van de goederen op zich. Hij kan de goederen evenwel aan een derde toevertrouwen en is dan slechts aansprakelijk voor een oordeelkundige keuze van deze derde. De goederen blijven belast met volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen en alle andere kosten. 3. De vervoerder kan zonder instructies van de rechthebbende af te wachten tot verkoop van de goederen overgaan, wanneer de bederfelijke aard of de staat van de goederen dit rechtvaardigt of wanneer de kosten van bewaring onevenredig hoog zijn in verhouding tot de waarde van de goederen. In andere gevallen kan hij eveneens tot verkoop overgaan, wanneer hij niet binnen een redelijke termijn van de rechthebbende andersluidende instructies heeft ontvangen, waarvan de uitvoering redelijkerwijs kan worden gevorderd. 4. Indien de goederen ingevolge dit artikel zijn verkocht, moet de opbrengst van de verkoop ter beschikking van de rechthebbende worden gesteld onder aftrek van de kosten, die op de goederen drukken. Indien deze kosten de opbrengst van de verkoop te boven gaan, heeft de vervoerder recht op het verschil. 5. De verkoop geschiedt op de wijze bepaald door de wet of de gebruiken van de plaats, waar de goederen zich bevinden. 12 HOOFDSTUK IV Aansprakelijkheid van de vervoerder Artikel 17 1. De vervoerder is aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering. 2. De vervoerder is ontheven van deze aansprakelijkheid, indien het verlies, de beschadiging of de vertraging is veroorzaakt door schuld van de rechthebbende, door een opdracht van deze, welke niet het gevolg is van schuld van de vervoerder, door een eigen gebrek van de goederen of door omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen. 3. De vervoerder kan zich niet aan zijn aansprakelijkheid onttrekken door een beroep te doen op gebreken van het voertuig, waarvan hij zich bedient om het vervoer te bewerkstelligen, of op fouten van de persoon, van wie hij het voertuig heeft gehuurd of van diens ondergeschikten. 4. Met inachtneming van artikel 18, tweede tot vijfde lid, is de vervoerder ontheven van zijn aansprakelijkheid, wanneer het verlies of de beschadiging een gevolg is van de bijzondere gevaren, eigen aan één of meer van de volgende omstandigheden: a) gebruik van open en niet met een dekzeil afgedekte voertuigen, wanneer dit gebruik uitdrukkelijk is overeengekomen en in de vrachtbrief is vermeld; b) ontbreken of gebrekkigheid van de verpakking bij goederen, die door hun aard aan kwaliteitsverlies of beschadiging zijn blootgesteld, wanneer zij niet of slecht verpakt zijn; c) behandeling, lading, stuwing of lossing van de goederen door de afzender, de geadresseerde of personen, die voor rekening van de afzender of de geadresseerde handelen; 13 d) de aard van bepaalde goederen, die door met deze aard zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld hetzij aan geheel of gedeeltelijk verlies hetzij aan beschadiging, in het bijzonder door breuk, roest, bederf, uitdroging, lekkage, normaal kwaliteitsverlies, of optreden van ongedierte en knaagdieren; e) onvolledigheid of gebrekkigheid van de merken of nummers der colli; f) vervoer van levende dieren. 5. Indien ingevolge dit artikel de vervoerder niet aansprakelijk is voor sommige der factoren, die de schade hebben veroorzaakt, is hij slechts aansprakelijk in evenredigheid tot de mate, waarin de factoren waarvoor hij ingevolge dit artikel aansprakelijk is, tot de schade hebben bijgedragen. Artikel 18 1. Het bewijs, dat het verlies, de beschadiging of de vertraging door één der in artikel 17, tweede lid, genoemde feiten is veroorzaakt, rust op de vervoerder. 2. Wanneer de vervoerder aantoont, dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het verlies of de beschadiging een gevolg heeft kunnen zijn van een of meer van de in artikel 17, vierde lid, genoemde bijzondere gevaren, wordt vermoed dat deze daarvan de oorzaak zijn. De rechthebbende kan evenwel bewijzen, dat de schade geheel of gedeeltelijk niet door een van deze gevaren veroorzaakt is. 3. Het hierboven genoemde vermoeden bestaat niet in het in artikel 17, vierde lid, onder a, genoemde geval, indien zich een ongewoon groot tekort of een verlies van colli voordoet. 4. Indien het vervoer wordt bewerkstelligd door middel van een voertuig, ingericht om de goederen te onttrekken aan de invloed van hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, kan de vervoerder geen beroep doen op het voorrecht van artikel 17, vierde lid, onder d, tenzij hij bewijst, dat alle maatregelen, waartoe hij, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen met betrekking tot de keuze, het onderhoud en het gebruik 14 van deze inrichtingen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies, die hem mochten zijn gegeven. 5. De vervoerder kan geen beroep doen op het voorrecht van artikel 17, vierde lid, onder f, tenzij hij bewijst, dat alle maatregelen, waartoe hij normaliter, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies, die hem mochten zijn gegeven. Artikel 19 Er is vertraging in de aflevering, wanneer de goederen niet zijn afgeleverd binnen de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, wanneer de werkelijke duur van het vervoer, zo men rekening houdt met de omstandigheden en met name, bij gedeeltelijke lading, met de tijd benodigd voor het verkrijgen van een volledige lading op de gebruikelijke voorwaarden, meer tijd vergt dan een goed vervoerder redelijkerwijs behoort te worden toegestaan. Artikel 20 1. De rechthebbende kan, zonder enig nader bewijs, de goederen als verloren beschouwen, wanneer zij niet zijn afgeleverd binnen dertig dagen na afloop van de bedongen termijn, of, bij gebreke van zulk een termijn, binnen zestig dagen na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder. 2. De rechthebbende kan bij ontvangst van de schadevergoeding voor de verloren goederen schriftelijk verzoeken hem onmiddellijk te berichten ingeval de goederen worden teruggevonden in de loop van het jaar, volgende op de betaling der schadevergoeding. Dit verzoek wordt hem schriftelijk bevestigd. 3. Binnen dertig dagen na ontvangst van dit bericht kan de rechthebbende vorderen, dat de goederen aan hem worden afgeleverd tegen betaling van de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen en tegen teruggave van de schadevergoeding, die hij heeft ontvangen, onder aftrek van de kosten, welke in deze schadevergoeding mochten zijn begrepen, en met behoud van alle rechten op schadever- 15 goeding voor vertraging in de aflevering ingevolge artikel 23 en, indien toepasselijk, ingevolge artikel 26. 4. Bij gebreke hetzij van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, hetzij van instructies gegeven binnen de termijn van dertig dagen, bedoeld in het derde lid, of ook, indien de goederen eerst meer dan een jaar na betaling van de schadevergoeding zijn teruggevonden, kan de vervoerder over de goederen beschikken overeenkomstig de wet van de plaats, waar deze zich bevinden. Artikel 21 Indien de goederen aan de geadresseerde zijn afgeleverd zonder inning van het remboursement, dat door de vervoerder volgens de bepalingen van de vervoerovereenkomst zou moeten zijn ontvangen, is de vervoerder gehouden de afzender schadeloos te stellen tot ten hoogste het bedrag van het remboursement, onverminderd zijn verhaal op de geadresseerde. Artikel 22 1. Indien de afzender aan de vervoerder gevaarlijke goederen aanbiedt, licht hij hem in over de juiste aard van het gevaar, dat zij opleveren, en geeft hij, zo nodig, de te nemen voorzorgsmaatregelen aan. Indien deze inlichting niet in de vrachtbrief is vermeld, staat het aan de afzender of de geadresseerde vrij met enig ander middel te bewijzen, dat de vervoerder kennis heeft gedragen van de juiste aard van het gevaar, dat het vervoer van de voornoemde goederen opleverde. 2. De gevaarlijke goederen, die niet, gegeven het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, als zodanig aan de vervoerder bekend waren, kunnen op ieder ogenblik en op iedere plaats door de vervoerder worden gelost, vernietigd of onschadelijk gemaakt en wel zonder enige schadevergoeding; de afzender is bovendien aansprakelijk voor alle kosten en schaden, voortvloeiende uit de aanbieding ten vervoer of uit het vervoer zelf. 16 Artikel 23 1. Wanneer ingevolge de bepalingen van dit Verdrag een scha devergoeding voor geheel of gedeeltelijk verlies van de goederen ten laste van de vervoerder wordt gebracht, wordt deze schadevergoeding berekend naar de waarde van de goederen op de plaats en het tijdstip van de inontvangstneming. 2. De waarde van de goederen wordt vastgesteld volgens de beurskoers of, bij gebreke daarvan, volgens de gangbare marktprijs of, bij gebreke van een en ander, volgens de gebruikelijke waarde van goederen van dezelfde aard en kwaliteit. 3. De schadevergoeding kan evenwel niet meer bedragen dan 8,33 rekeneenheden voor elk ontbrekend kilogram bruto-gewicht. 4. Bovendien worden de vrachtprijs, de douanerechten en de overige met betrekking tot het vervoer der goederen gemaakte kosten, in geval van geheel verlies volledig en in geval van gedeeltelijk verlies naar verhouding, terugbetaald; verdere schadevergoeding is niet verschuldigd. 5. In geval van vertraging is, indien de rechthebbende bewijst, dat daardoor schade is ontstaan, de vervoerder gehouden voor deze schade een vergoeding te betalen, die niet meer kan bedragen dan de vrachtprijs. 6. Hogere vergoedingen kunnen slechts worden gevorderd in geval van aangifte van de waarde der goederen of van een bijzonder belang bij de aflevering, overeenkomstig de artikelen 24 en 26. 7. De in dit Verdrag genoemde rekeneenheid is het bijzondere trekkingsrecht zoals dit is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. Het in het derde lid van dit artikel genoemde bedrag wordt omgerekend in de nationale munteenheid van de Staat van het gerecht, waarvoor de vordering aanhangig is, volgens de waarde van die munteenheid op de datum van het vonnis of de datum, die de Partijen zijn overeengekomen. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, van een 17 Staat, die lid is van het Internationale Monetaire Fonds, wordt berekend overeenkomstig de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de desbetreffende datum wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, van een Staat, die geen lid is van het Internationale Monetaire Fonds, wordt berekend op een door die Staat vastgestelde wijze. 8. Niettemin kan een Staat, die geen lid is van het Internationale Monetaire Fonds en waarvan de wet de toepassing van de bepalingen van het zevende lid van dit artikel niet toelaat, op het tijdstip van bekrachtiging van of toetreding tot het Protocol bij het CMR, of op enig tijdstip nadien, verklaren dat de in het derde lid van dit artikel bedoelde aansprakelijkheidsgrens, die op zijn grondgebied van toepassing is, 25 monetaire eenheden bedraagt. De in dit lid bedoelde monetaire eenheid komt overeen met 10/31 gram goud van een gehalte van 0,900. De omrekening van het in dit lid genoemde bedrag in de nationale munteenheid geschiedt volgens de wet van de betrokken Staat. 9. De in de laatste zin van het zevende lid van dit artikel genoemde berekening en de in het achtste lid van dit artikel genoemde omrekening geschieden op zodanige wijze, dat in de nationale munteenheid van de Staat zo veel mogelijk dezelfde werkelijke waarde tot uitdrukking komt voor het bedrag genoemd in het derde lid van dit artikel, als daarin uitgedrukt in rekeneenheden. Bij nederlegging van een in artikel 3 van het Protocol bij het CMR genoemde akte en telkens wanneer een veranderin
Algemene Opslagvoorwaarden S t i c h t i n g Ve r v o e ra d re s Uitgave : sVa / Stichting Vervoeradres Postbus 82118, 2508 EC ‘s-Gravenhage Statenplein 2 , 2582 EW ‘s-Gravenhage Tel. 070 – 306 67 00 Telefax 070 – 351 20 25 Email: bva@tmsbv.nl Internet: www.vervoeradres.nl In sVa / Stichting Vervoeradres, opgericht in 1946, werken samen: EVO, Ondernemersorganisatie voor logistiek en transport, KNV, Koninklijk Nederlands Vervoer, NBB, Nederlandsch Binnenvaartbureau, Transport en Logistiek Nederland, de ondernemersorganisatie voor het goederenvervoer De Algemene Opslagvoorwaarden zijn gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam. © 2002, sVa / Stichting Vervoeradres Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en (of) openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. 3 INHOUDSOPGAVE: ALGEMENE OPSLAGVOORWAARDEN Artikel Pag. 1: Definities 5 2: Werkingssfeer 6 3: Verplichtingen van de bewaarnemer 7 4: Aansprakelijkheid van de bewaarnemer 9 5: Verplichtingen van de bewaargever 12 6: Aansprakelijkheid van de bewaargever 14 7: Terugname van zaken 16 8: Verjaring 17 9: Betalingsvoorwaarden 17 10: Zekerheden 18 11: Bevoegde rechter / arbiter 20 Bijlage: Model Opslagovereenkomst 21 4 ALGEMENE OPSLAGVOORWAARDEN ARTIKEL 1 DEFINITIES In deze voorwaarden wordt verstaan onder: 1. AVC: Algemene Vervoercondities 2002, zoals laatstelijk vastgesteld door sVa / Stichting Vervoeradres en gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam. 2. BW: Burgerlijk Wetboek. 3. CMR: verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (Genève 1956), zoals aangevuld door het protocol van 1978. 4. Opslagovereenkomst: de overeenkomst waarbij de bewaarnemer zich jegens de bewaargever verbindt de hem toevertrouwde zaken in opslag te nemen. 5. Opslag: het inslaan, bewaren en uitslaan van de aan de bewaarnemer toevertrouwde zaken. 6. Opslagbewijs: Een vrachtbrief dan wel enig ander document waarop dient te worden vermeld datum inontvangstneming, aantal colli alsmede inhoud van de colli, maten, gewichten en bijzondere instructies, schriftelijk door de bewaargever bij het aangaan van de opslagovereenkomst ter kennis gebracht aan de bewaarnemer en al hetgeen overigens bewaargever en bewaarnemer goeddunkt. De afwezigheid, de onregelmatigheid of het verlies van het opslagbewijs staat de toepasselijkheid van deze voorwaarden niet in de weg. 7. Bewaargever: degene die opdracht geeft tot opslag van zaken. 5 8. Bewaarnemer: degene die de opdracht tot opslag aanvaardt en uitvoert. 9. Inontvangstneming: het moment waarop de bewaarnemer de zaken heeft aanvaard. 10. Aflevering: het moment waarop de bewaarnemer de zaken overdraagt aan de bewaargever ter plaatse waar de opslag is geschied. 11.Inslag: werkzaamheden die door de bewaarnemer na inontvangstneming worden verricht teneinde de zaken op te slaan in de daarvoor bestemde ruimte. 12. Uitslag: werkzaamheden die door de bewaarnemer worden verricht ten einde de zaken te kunnen afleveren aan de bewaargever. 13. Overmacht: omstandigheden die een zorgvuldig bewaarnemer niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een bewaarnemer de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen. 14. Werkdagen: alle kalenderdagen, met uitzondering van de zaterdagen, de zondagen, alsmede algemeen erkende Christelijke- en Nationale feestdagen. ARTIKEL 2 WERKINGSSFEER 1. De Algemene Opslagvoorwaarden zijn van toepassing op de opslagovereenkomst, voor zover deze niet in strijd zijn met dwingend recht. 2. Voor zover daarin door deze Algemene Opslagvoorwaarden niet wordt voorzien, zijn op de opslag de bepalingen van Boek 8 titel 13 BW en de AVC analoog van toepassing. 6 ARTIKEL 3 VERPLICHTINGEN VAN DE BEWAARNEMER De bewaarnemer is verplicht: 1. De overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze, vergezeld van de noodzakelijke door de bewaargever te verstrekken documenten in ontvangst te nemen, in te slaan, op te slaan en uit te slaan en de zaken in dezelfde staat als waarin hij deze ontvangen heeft dan wel in de overeengekomen staat af te leveren. 2. a. Bij inontvangstneming van de zaken en het opslagbewijs een getekend exemplaar van het opslagbewijs aan de bewaargever te retourneren. b. Bij de inontvangstneming van de zaken de juistheid van de vermelding van het aantal zaken op het opslagbewijs alsmede de uiterlijk goede staat van de zaken en hun verpakking te controleren en in geval van afwijking daarvan aantekening te maken op het opslagbewijs. Deze verplichting bestaat niet wanneer naar het oordeel van de bewaarnemer de inontvangstneming daardoor aanmerkelijk zou worden vertraagd. c. Alvorens zaken, die uiterlijk waarneembaar beschadigd zijn, in ontvangst te nemen instructies te vragen aan de bewaargever. Indien niet tijdig instructies verkregen kunnen worden, is de bewaarnemer gerechtigd de inontvangstneming van de zaken te weigeren. Evenzo is de bewaarnemer gerechtigd de inontvangstneming van de zaken te weigeren indien deze, voor zover van toepassing, worden aangeboden in ondeugdelijke of beschadigde verpakking. d. Het opslagbewijs levert bewijs, behoudens tegenbewijs, van de voorwaarden der opslagover-eenkomst en de partijen bij die overeenkomst, van de inontvangstneming van de zaken en hun verpakking in uiterlijk goede staat, van het gewicht en van het aantal zaken. 7 Indien de bewaarnemer geen redelijke middelen ter beschikking staan om de juistheid van vermeldingen bedoeld in lid 2b van dit artikel te controleren, levert het opslagbewijs geen bewijs van die vermeldingen. 3. Eén of meer contactpersonen aan te wijzen en daarvan schriftelijk opgave te doen aan de opdrachtgever. 4. De opslag te doen plaatsvinden in de overeengekomen ruimte(n). Indien geen ruimte is overeengekomen zal de bewaarnemer de zaken opslaan in een hiervoor geschikte ruimte. 5. Aan de bewaargever mededeling te doen ten aanzien van eventuele verplaatsing van de zaken. De bewaarnemer is gerechtigd de zaken te verplaatsen naar een andere geschikte ruimte, voor zover dit in het kader van zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is. 6. Ten aanzien van de zaken alle, ook niet rechtstreeks uit de opslagovereenkomst voortvloeiende, noodzakelijke maatregelen op kosten van de bewaargever te nemen en alvorens daartoe over te gaan, indien mogelijk, overleg te plegen met de bewaargever. 7. Zijn wettelijke aansprakelijkheid alsmede zijn aansprakelijkheid, voortvloeiend uit de Algemene Opslagvoorwaarden, te verzekeren bij een solide verzekeraar en op verzoek van de bewaargever deze een kopie van de polis te verstrekken. 8. Op schriftelijk verzoek en voor rekening van de bewaargever ten behoeve van deze, onder opgave van de gewenste dekking, de zaken te verzekeren bij een solide verzekeraar en op verzoek een kopie van de polis aan de bewaargever te verstrekken. 9. De bewaargever en de door deze aangewezen personen voor eigen risico toe te laten tot de ruimten waarin zich de zaken bevinden, mits zulks: - in aanwezigheid van de bewaarnemer plaatsvindt; 8 - tijdig kenbaar is gemaakt; - geschiedt conform de huisregels van de bewaarnemer. 10. In te staan voor het door hem gebruikte materiaal ter uitvoering van de opslagovereenkomst. 11. Tegenover derden geheimhouding in acht te nemen ten aanzien van feiten en gegevens, die hem op basis van de opslagovereenkomst bekend zijn. 12. De zaken slechts af te leveren nadat hij hiertoe schriftelijk van de bewaargever opdracht heeft gekregen. De bewaarnemer kan de zaken uitsluitend afleveren aan degene die hiertoe blijkens de schriftelijke opdracht van de bewaargever is aangewezen. ARTIKEL 4 AANSPRAKELIJKHEID VAN DE BEWAARNEMER 1. Indien de door de bewaarnemer ontvangen zaken in hun eventuele verpakking niet in dezelfde dan wel in de overeengekomen staat worden afgeleverd, is de bewaarnemer, behoudens overmacht en het verder in deze voorwaarden bepaalde, voor de daardoor ontstane zaakschade aansprakelijk. De last de zaakschade te bewijzen rust op de bewaargever. 2. De bewaarnemer is niet aansprakelijk voor schade aan zaken, voor zover die schade het gevolg is van de bijzondere risico’s verbonden aan opslag in de open lucht, in opdracht van de bewaargever. 3. De bewaarnemer die de op hem uit hoofde van artikel 3 lid 1 rustende verplichtingen niet nakwam, is voor de daardoor ontstane schade niet aansprakelijk, voor zover dit niet nakomen het gevolg is van de bijzondere risico’s verbonden aan een of meer van de volgende omstandigheden: a behandeling, lading, stuwing of lossing van de zaken door de bewaargever of personen die voor rekening van de bewaargever handelen; b. de aard van bepaalde zaken zelf, die door met deze aard samenhangende oorzaken zijn blootgesteld aan geheel of gedeeltelijk verlies of aan beschadiging, in het bijzonder door ontvlamming, ontploffing, smelting, breuk, corrosie, bederf, uitdroging, lekkage, normaal kwaliteitsverlies, of optreden van ongedierte of knaagdieren; c. hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, doch slechts indien niet is overeengekomen dat de opslag zal plaatsvinden in een ruimte speciaal ingericht om de zaken aan invloed daarvan te onttrekken; d. onvolledigheid of gebrekkigheid van cijfers, letters of merken der colli’s. 4. a. Wanneer de bewaarnemer bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het niet nakomen van de verplichtingen een gevolg heeft kunnen zijn van één of meer bijzondere risico’s als genoemd in lid 3 van dit artikel, wordt vermoed, dat het niet nakomen daaruit voortvloeit. Degene die jegens de bewaarnemer recht heeft op de zaken kan evenwel bewijzen dat dit niet nakomen geheel of gedeeltelijk niet door één van deze risico’s is veroorzaakt. b. Indien in overeenstemming met hetgeen door partijen is overeengekomen opslag plaatsvindt in een ruimte, speciaal ingericht om de zaken te onttrekken aan de invloed van hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, kan de bewaarnemer ter ontheffing van zijn aansprakelijkheid een beroep doen op lid 3 sub c van dit artikel indien hij bewijst dat alle maatregelen waartoe hij, rekening houdend met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen met betrekking tot de keuze, het onderhoud en het gebruik van deze inrichtingen. 9 10 5. De aansprakelijkheid van de bewaarnemer voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde zaakschade is beperkt tot € 3,40 per kilogram vermiste of beschadigde zaken met het absoluut maximum van een nader tussen partijen bij het sluiten van de opslagovereenkomst overeen te komen bedrag. Is een zodanig bedrag niet overeengekomen, dan geldt een maximum bedrag van € 453.780 per gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen met één en dezelfde schadeoorzaak. De schadevergoeding zal evenwel niet meer bedragen dan de factuurwaarde van de zaken op het moment van inontvangstneming hiervan door de bewaarnemer. 6 Een handeling of een nalaten van wie ook, behalve van de bewaarnemer zelf, geschiedt met het opzet schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, ontneemt de bewaarnemer niet het recht zich op enige uitsluiting of beperking van zijn aansprakelijkheid te beroepen. 7. Indien de bewaarnemer de opslag niet op het overeengekomen tijdstip of binnen de overeengekomen termijn, wijze en plaats verricht is hij, onverminderd het bepaalde in lid 1 van dit artikel, verplicht de activiteiten alsnog zo spoedig mogelijk en niet tegen extra kosten voor de bewaargever, op de overeengekomen wijze te verrichten. Wanneer de bewaargever daarnaast kosten heeft gemaakt in verband met het feit dat de bewaarnemer de opslag niet op de overeengekomen wijze, tijdstip en plaats heeft verricht is de bewaarnemer voor deze kosten aansprakelijk tot ten hoogste een bij het sluiten van de opslagovereenkomst overeen te komen bedrag. Indien een zodanig bedrag niet is overeengekomen, zal de aansprakelijkheid van de bewaarnemer voor deze kosten maximaal € 681 per gebeurtenis bedragen. 8. Indien de bewaarnemer verzuimt één of meer contactpersonen aan te wijzen als bedoeld in artikel 3 lid 3 wordt degene, die namens de bewaarnemer de opslagovereenkomst heeft ondertekend, geacht contactpersoon te zijn. 9. De bewaarnemer is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van inlichtingen en opdrachten, verstrekt door of aan andere personen dan die bedoeld in artikel 3 lid 3 dan wel artikel 4 lid 8 van deze voorwaarden. 10. De bewaarnemer is niet aansprakelijk voor schade die de bewaargever lijdt doordat deze niet heeft voldaan aan zijn informatieverplichting als bedoeld in artikel 5 lid 7. 11. Indien de bewaarnemer herhaaldelijk niet voldoet aan zijn verplichtingen kan de bewaargever, onverminderd zijn recht tot vergoeding van schade zoals omschreven in de leden 1, 2, 3 en 4 van dit artikel, de opslagovereenkomst opzeggen, nadat hij de bewaarnemer schriftelijk een uiterste termijn heeft gesteld en deze bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Ter vergoeding van de uit deze opzegging voortvloeiende schade is de bewaarnemer ten hoogste een bij het sluiten van de opslagovereenkomst overeen te komen bedrag verschuldigd. Indien geen bedrag is overeengekomen, geldt als schadevergoeding het bedrag volgens recht, respectievelijk gebruik, respectievelijk billijkheid. ARTIKEL 5 VERPLICHTINGEN VAN DE BEWAARGEVER De bewaargever is verplicht: 1. De bewaarnemer tijdig al die opgaven te doen omtrent de zaken alsmede de behandeling daarvan waartoe hij in staat is of waartoe hij in staat behoort te zijn en waarvan hij weet of behoort te weten dat zij voor de bewaarnemer van belang zijn, tenzij hij mag aannemen dat de bewaarnemer deze gegevens kent of behoort te kennen. De bewaargever staat in voor de juistheid van de door hem verstrekte gegevens. 11 12 2. De overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze, vergezeld van de door of krachtens de wet van de zijde van de bewaargever vereiste documenten en de overige noodzakelijke documenten, waaronder een opslagbewijs, ter beschikking van de bewaarnemer te stellen. 3. Eén of meer contactpersonen aan te wijzen en daarvan schriftelijk opgave te doen aan de bewaarnemer. 4. Naast de overeengekomen prijs voor de opslag, de door de bewaarnemer gemaakte kosten als bedoeld in artikel 3 lid 6 binnen de gestelde betalingstermijn te vergoeden. 5. De bewaarnemer te vrijwaren tegen aanspraken van derden terzake van schade, veroorzaakt door een handelen of nalaten door de bewaargever, zijn ondergeschikten, alsmede alle andere personen van wier diensten de bewaargever gebruik maakt. 6. In te staan voor het door hem aan de bewaarnemer ter beschikking gestelde materiaal. 7. De bewaarnemer zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen van wijzigingen van zijn adres. De bewaarnemer kan volstaan met het doen van alle mededelingen aan de bewaargever, waartoe hij uit hoofde van de opslagovereenkomst is gehouden, aan het laatst bekende adres. 8. Bij beëindiging van de opslagovereenkomst de zich nog bij de bewaarnemer bevindende zaken uiterlijk op de laatste werkdag van die overeenkomst in ontvangst te nemen, zulks na betaling van al hetgeen verschuldigd is of zal worden. Voor hetgeen na beëindiging van de opslagovereenkomst verschuldigd zal zijn, kan de opdrachtgever volstaan met het stellen van voldoende zekerheid. 9. De bewaarnemer schriftelijk opdracht te geven tot aflevering van zaken, waarbij nadrukkelijk dient te worden omschreven aan wie de zaken moeten worden afgeleverd. 13 10. a. Bij terugname van de zaken een getekende vrachtbrief of enig ander document aan de bewaarnemer te retourneren, waaruit aflevering van zaken blijkt. b. Indien de zaken met uiterlijk zichtbare schade of verlies door de bewaarnemer worden afgeleverd, zonder dat de bewaargever bij of dadelijk na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, op de vrachtbrief dan wel enig ander afleverbewijs aantekent, wordt de bewaarnemer geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij hen heeft ontvangen. c. Indien de schade of het verlies niet uiterlijk waarneembaar is en de bewaargever niet binnen één week na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de bewaarnemer heeft gebracht, wordt de bewaarnemer eveneens geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij hen heeft ontvangen. 11. Tegenover derden geheimhouding in acht te nemen ten aanzien van de feiten en gegevens, die hem op basis van de opslagovereenkomst bekend zijn. ARTIKEL 6 AANSPRAKELIJKHEID VAN DE BEWAARGEVER 1. De bewaargever is aansprakelijk voor alle schade als gevolg van onjuiste of onvolledige opgaven omtrent de zaken alsmede de behandeling daarvan. 2. De bewaargever is aansprakelijk voor alle schade, veroorzaakt door personen of zaken die de bewaarnemer overeenkomstig artikel 3 lid 9 van deze voorwaarden van de zijde van de bewaargever heeft moeten toelaten op zijn terrein. 14 3. Indien de bewaargever verzuimt één of meer contactpersonen aan te wijzen als bedoeld in artikel 5 lid 3 van deze voorwaarden, wordt degene die namens de opdrachtgever de opslagovereenkomst heeft ondertekend geacht contactpersoon te zijn. 4. De bewaargever is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van inlichtingen en opdrachten, verstrekt door of aan andere personen dan die bedoeld in artikel 5 lid 3 dan wel artikel 6 lid 3 van deze voorwaarden. 5. Indien de bewaargever niet tijdig opgave doet omtrent de zaken, alsmede de behandeling daarvan als bedoeld in artikel 5 lid 1 van deze voorwaarden, dan wel de overeengekomen zaken niet op het overeengekomen tijdstip of binnen de overeengekomen termijn, wijze en plaats, vergezeld van de vereiste documenten als bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze voorwaarden, ter beschikking stelt, is hij verplicht deze activiteiten alsnog zo spoedig mogelijk, kosteloos en op de overeengekomen wijze voor de bewaarnemer te verrichten. Wanneer de bewaarnemer daarnaast kosten heeft gemaakt in verband met het feit dat de bewaargever zijn verplichtingen, als bedoeld in artikel 5 de leden 1 en 2 van deze voorwaarden niet is nagekomen, is de bewaargever voor deze kosten aansprakelijk tot ten hoogste een bij het sluiten van de opslagovereenkomst overeen te komen bedrag. Indien een zodanig bedrag niet is overeengekomen, zal de aansprakelijkheid van de bewaargever voor deze kosten maximaal € 681 per gebeurtenis bedragen. 6. Indien de bewaargever herhaaldelijk niet voldoet aan zijn verplichtingen kan de bewaarnemer, onverminderd zijn recht tot vergoeding van schade, de opslagovereenkomst opzeggen, nadat hij de bewaargever schriftelijk een uiterste termijn heeft gesteld en de bewaargever bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Ter vergoeding van de uit deze opzegging voortvloeiende schade is de opdrachtgever ten hoogste een bij het sluiten van de opslagovereenkomst overeen te komen bedrag verschuldigd. Indien geen bedrag is overeengekomen, geldt als schadevergoeding het bedrag volgens recht, respectievelijk gebruik, respectievelijk billijkheid. 15 7. Indien de bewaargever niet voldoet aan zijn verplichtingen, als vermeld in artikel 5 lid 8, is artikel 21 AVC overeenkomstig van toepassing. ARTIKEL 7 TERUGNAME VAN ZAKEN 1. De bewaargever kan te allen tijde aflevering van zaken vorderen tegen betaling van de overeengekomen vergoeding en de overige kosten als bedoeld in artikel 5 lid 4 van deze voorwaarden. 2. Indien de bewaargever (voortijdige) aflevering van zaken verlangt, zal de bewaargever de bewaarnemer een redelijke termijn gunnen waarbinnen de zaken moeten worden afgeleverd. 3. a. De bewaarnemer kan, benevens het bepaalde in artikel 6 lid 6 van deze voorwaarden, terugname van zaken vorderen indien in redelijkheid niet kan worden verlangd dat de opslag wordt voortgezet. De bewaarnemer zal de bewaargever een redelijke termijn gunnen waarbinnen de zaken moeten worden teruggenomen. b. Wanneer de bewaargever niet binnen de gestelde termijn tot terugname van de zaken overgaat, is de bewaarnemer gerechtigd de overeenkomst met betrekking tot die zaken op te zeggen. Het bepaalde in de artikelen 5 lid 8, 6 lid 6 en 6 lid 7 van deze voorwaarden is met betrekking tot deze zaken overeenkomstig van toepassing. 4. Voor zover de bewaarnemer op grond van lid 3 van dit artikel terugname van zaken door de bewaargever verlangt voordat de overeengekomen opslagtermijn is verstreken, worden de door de bewaargever verschuldigde bedragen naar evenredigheid in rekening gebracht indien de oorzaak van beëindiging van de opslag is te wijten aan de bewaarnemer. Indien echter de oorzaak voor beëindiging van de opslag is te wijten aan de bewaargever, is deze de overeengekomen vergoeding en de overige kosten als bedoeld in artikel 5 lid 4 van deze voorwaarden verschuldigd. 16 ARTIKEL 8 VERJARING Alle vorderingen uit hoofde van de opslagovereenkomst verjaren met de tijd van twaalf maanden na beëindiging van de opslagovereenkomst. ARTIKEL 9 BETALINGSVOORWAARDEN 1. Alle door de bewaarnemer en de bewaargever verschuldigde bedragen, uit welken hoofde ook, zullen worden betaald, met inachtneming van de overeengekomen termijn of bij gebreke aan een overeengekomen termijn binnen veertien dagen na de factuurdatum. 2. Indien de bewaarnemer dan wel de bewaargever enig verschuldigd bedrag niet binnen de overeengekomen termijn of bij gebreke van een overeengekomen termijn binnen veertien dagen na de factuurdatum betaalt, is hij gehouden daarover de wettelijke rente te betalen op voet van artikel 6:119 BW, met ingang van de dag, waarop deze betalingen hadden moeten geschieden tot en met de dag der betaling. 3. De bewaarnemer dan wel de bewaargever is gerechtigd om alle noodzakelijk gemaakte buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten ter incasso van de bedragen, zoals vermeld in lid 1van dit artikel, aan de bewaargever dan wel de bewaarnemer in rekening te brengen. De buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd vanaf het moment dat de bewaargever dan wel de bewaarnemer in verzuim is èn de vordering ter incasso uit handen is gegeven. 4. Beroep op verrekening van vorderingen tot betaling van vergoedingen voortvloeiend uit de opslagovereenkomst, van het uit anderen hoofde terzake van de opslag verschuldigde of van verdere op de zaken drukkende kosten met vorderingen uit anderen hoofde is niet toegestaan. 17 5. In elk geval zullen alle bedragen, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, terstond opeisbaar en in afwijking van lid 4 van dit artikel vatbaar zijn voor verrekening indien: a. de bewaargever dan wel de bewaarnemer in staat van faillissement verkeert of aan de bewaargever dan wel de bewaarnemer surséance van betaling is verleend; b. de bewaargever dan wel de bewaarnemer: 1. een akkoord aan zijn schuldeisers aanbiedt; 2. wezenlijk in gebreke is met de nakoming van zijn verplichtingen; 3. de opslagovereenkomst opzegt op grond van artikel 4 lid 11 dan wel artikel 6 lid 6 van deze voorwaarden; 4. ophoudt zijn bedrijf uit te oefenen of - ingeval van een rechtspersoon of vennootschap - indien deze ontbonden wordt. ARTIKEL 10 ZEKERHEDEN 1. De bewaarnemer heeft jegens ieder, die daarvan afgifte verlangt, een retentierecht op zaken en documenten, die hij in verband met de opslag onder zich heeft. Dit recht komt hem echter niet toe, indien hij op het tijdstip dat hij de goederen ten opslag ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de bewaargever de goederen ten opslag ter beschikking te stellen. 2. Tegenover de bewaargever kan de bewaarnemer het recht van retentie slechts uitoefenen voor hetgeen hem verschuldigd is of zal worden terzake van de opslag. 18 3. De bewaarnemer kan het in lid 2 van dit artikel toegekende recht van retentie eveneens uitoefenen voor hetgeen hem door de bewaargever nog verschuldigd is in verband met voorgaande opslagovereenkomsten. 4. Indien bij de afrekening geschil ontstaat over het verschuldigde bedrag of ter bepaling daarvan een niet spoedig uit te voeren berekening nodig is, is hij die aflevering vordert, verplicht het gedeelte over welks verschuldigdheid partijen het eens zijn, terstond te voldoen en voor de betaling van het door hem betwiste gedeelte of van het gedeelte, waarvan het bedrag nog niet vaststaat, zekerheid te stellen. 5. Alle goederen, documenten en gelden, die de bewaarnemer in verband met de opslagovereenkomst onder zich heeft, strekken hem tot onderpand voor alle vorderingen, die hij ten laste van de bewaargever heeft. 6. Behoudens in de gevallen dat de bewaargever in staat van faillissement verkeert dan wel hem surséance van betaling is verleend, dan wel bij beëindiging van de opslagovereenkomst als bedoeld in artikel 6 lid 6 en artikel 6 lid 7 van deze voorwaarden, heeft de bewaarnemer nimmer het recht de verpande zaken te verkopen zonder toestemming van de rechter, overeenkomstig artikel 3: 248 lid 2 BW. 7. a. Indien de bewaargever in gebreke is de bedragen te voldoen, die door hem aan de bewaarnemer verschuldigd zijn en terzake waarvan de bewaarnemer ingevolge de voorgaande leden een retentierecht en/of pandrecht heeft, heeft de bewaarnemer, na verkregen toestemming van de rechter, het recht de bij hem opgeslagen zaken op kosten van de bewaargever te verkopen en zichzelf uit de opbrengst alle met betrekking tot de zaken verschuldigde bedragen te voldoen, een en ander overeenkomstig artikel 3: 249 BW e.v. b. De kosten van het vragen van toestemming tot verkoop overeenkomstig artikel 3: 248 lid 2 BW alsmede de kosten van openbare of onderhandse verkoop komen voor rekening van de bewaargever. Indien deze kosten opgeteld bij de openstaande vordering van de bewaarnemer de geschatte waarde van de zaken overtreft, kan de bewaarnemer de zaken verkopen overeenkomstig het bepaalde in artikel 21 lid 3 e.v. AVC. 8. De bewaarnemer kan het onderpand desgevraagd doen vervangen door een uitsluitend te zijner beoordeling staande gelijkwaardige zekerheid. ARTIKEL 11 BEVOEGDE RECHTER / ARBITER 1. Alle overeenkomsten, waarop de Algemene Opslagvoorwaarden van toepassing zijn, zullen onderworpen zijn aan het Nederlands recht. 2. Alle geschillen die tussen partijen ontstaan met betrekking tot de onderhavige overeenkomst, dan wel met betrekking tot nadere overeenkomsten, die daarvan het gevolg zijn, zullen worden beslecht door middel van arbitrage overeenkomstig het Reglement van de Stichting Arbitrage voor Logistiek, gevestigd te ‘s- Gravenhage. Toelichting Op initiatief van de in sVa / Stichting Vervoeradres samenwerkende ondernemersorganisaties EVO, Koninklijk Nederlands Vervoer, Nederlandsch Binnenvaartbureau en Transport en Logistiek Nederland is een scheidsgerecht in het leven geroepen onder de naam Stichting Arbitrage voor Logistiek, Postbus 82118, 2508 EC ’s-Gravenhage, telefoon: 070- 30 66 767 fax: 070-35 120 25, e.mail: sal@tmsbv.nl. Internet: www.arbitrage-logistiek.nl 19 20 BIJLAGE MODEL OPSLAGOVEREENKOMST De ondergetekenden: ........................................................................................................................................................... gevestigd en kantoorhoudend te ...................................................................................... ten deze wettig vertegenwoordigd door ...................................................................... verder te noemen ‘bewaargever’ en ........................................................................................................................................................... gevestigd en kantoorhoudend te ...................................................................................... ten deze wettig vertegenwoordigd door ...................................................................... verder te noemen ‘bewaarnemer’ komen als volgt overeen: Artikel 1 Algemeen De bewaargever geeft aan de bewaarnemer opdracht gelijk deze van de bewaargever als opdracht aanvaardt, de opslag te verzorgen van de navolgende zaken: ..…………………………………………………………………………........................................... ..…………………………………………………………………………........................................... ..…………………………………………………………………………........................................... ..…………………………………………………………………………........................................... Artikel 2 Omschrijving De omschrijving van de zaken luidt als volgt: • soort zaken: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 • gewicht: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . • waarde: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . • afmetingen: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . • verpakking: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . • bijzondere eigenschappen: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Artikel 3 Omvang De bewaargever biedt ……… pallets / m3 / …….* ten opslag bij de bewaarnemer aan. Artikel 4 Instructies met betrekking tot de